Columns en Archief

Dwangmatigheid

09 November 2009
Door: Jeffrey Wijnberg

Magisch denken. Dat doen mensen die een overmoedige uitspraak op hout afkloppen, die vermijden om onder een ladder door te lopen of die weigeren om met hun linkerbeen uit bed te stappen. Het zijn maar drie van de ontelbare rituele vormen van bijgeloof die worden gebezigd om het ongeluk buiten de deur te houden.

En bijna iedereen doet hier aan mee, bijvoorbeeld door de vingers te kruisen achter de rug wanneer een leugen wordt verteld. Maar, sommige mensen voeren het magisch denken-en-doen extreem ver door en ontwikkelen dwangmatigheid, ook wel als obsessief-compulsieve-stoornis (OCS) bekend. Veel voorkomende rituele handelingen zijn het overmatig handenwassen, het veelvuldig tellen of tikken om op een vastgesteld getal uit te komen (zeven of een veelvoud daarvan), of het bij herhaling controleren van sloten, gastoestellen of de eigen hartslag. Obsessieve gedachten hebben vrijwel altijd een agressieve of erotische inhoud, waarbij patiënten in gedachten iemand doodgereden hebben of seksueel hebben belaagd. Vervolgens zijn weer allerhande dwangrituelen nodig om de dwanggedachten te neutraliseren van hun dreigende karakter. Het hebben van agressief of seksueel getinte dwanggedachten kan zoveel spanning en gevoelens van schaamte teweegbrengen dat patiënten zich genoodzaakt zien om bekentenissen af te leggen bij dierbaren, die op hun beurt moeten zorgen voor de nodige geruststelling. Hoewel er hele sterke aanwijzingen zijn dat er bij OCS sprake is van een aangeboren hersenafwijking, is een andere uitleg over het ontstaan van deze aandoening ook populair in de psychiatrie: patiënten zouden op zeer jonge leeftijd zoveel ouderlijke onveiligheid hebben ervaren (dreigende scheiding, ruzies, overlijden), dat zij een extreme vorm van verlatingsangst ontwikkelen die alleen door rituele hersenspinsels en handelingen in bedwang kan worden gehouden. In de basis zijn dwangmatige mensen dus bang om in de steek gelaten te worden, terwijl zij tegelijkertijd door hun dwangmatigheid anderen van zich vervreemden. Er lijkt een onbewuste drang om anderen af te wijzen ter voorkoming zelf afgewezen te worden. Zeer opvallend aan deze groep patiënten is dat zij, vrijwel zonder uitzondering, een kinderlijk voorkomen hebben, uitermate vriendelijk en beleefd in de omgang zijn en niet echt wat te vertellen hebben. Zo bekeken is OCS een forse ontwikkelingsstoornis omdat de dwangmatigheid het normale, emotionele proces naar volwassenheid blokkeert. Behandeling van OCS met medicatie en psychotherapie kan uitkomst brengen. Maar, tegelijkertijd zijn mensen met een dwangstoornis heel hardnekkig in het opgeven van hun rituelen. En dat heeft weer alles te maken met de kracht van het magisch denken.

Want, niemand kan bewijzen dat het slaan van een kruisje of het draaien van de duimen het universum gunstig kan stemmen. Maar bewijzen dat het niet zo is evenmin. Wil ik daarom als psycholoog de dwangneuroot bekeren, dan moet ik zelf bereid zijn om mijn eigen therapeutische handelingen dwangmatig te herhalen.

 


Lees ook:

Bekijk alle columns

Reacties

Er heeft nog niemand gereageerd op deze pagina.

RSS feed van de reacties op deze pagina | RSS-feed voor alle reacties

Plaats uw reactie