Columns en Archief

Je baas

07 June 2021
Door: Jeffrey Wijnberg

Als er al wordt geklaagd door werknemers, dan moet de baas het vaak ontgelden. Zij is dan mikpunt van kritiek; en dat gebeurt dan ook nog achter haar rug om: te bazig of niet bazig genoeg, te weinig aanwezig of juist te veel aanwezig, niet echt sociaal of juist overdreven sociaal. Het is vaak geen pretje om baas te zijn. 

Maar dat is tegelijkertijd een integraal onderdeel van het baas-zijn. Feit is in ieder geval wel dat er een baas moet zijn. En dat gegeven alleen al wordt dikwijls vergeten. Al decennia lang is er, maatschappelijk gezien, een vorm van egalitair denken in ons land: het idee dat iedereen aan elkaar gelijk moet zijn en ook gelijk behandeld moet worden. En dat zou inhouden dat niemand zich boven de ander mag stellen. Een mooi streven, maar erg praktisch is dat niet; en al helemaal niet als er sprake is van een gezagsverhouding: de baas en haar onderdanen. Toch heeft dit egalitair-denken zich meester gemaakt van het individu en zorgt daarom voor de nodige psychische problemen, die dan weer op mijn spreekuur worden geventileerd. De meest voorkomende problemen zijn: 1) onvrede over de bejegening door de baas 2) onvrede over de opdrachten van de baas 3) onvrede over het gebrek aan interesse van de baas 4) onvrede over voorkeursbehandelingen van de baas 5) onvrede over de keuzes van de baas. Als één van mijn patiënten met dit soort onvrede komt, voel ik mij genoodzaakt om uit te leggen: 1) de baas is ook baas over haar eigen leiderschapsstijl 2) de baas is de baas over de opdrachten 3) de baas heeft meer aan haar hoofd dan alleen jou 4) de baas is de baas over haar eigen voorkeuren 5) de baas is de baas omdat zij verantwoordelijk is voor haar keuzes. Als deze uitleg dan nog steeds op onbegrip stuit, moet ik nog omstandiger uitleggen dat de baas nu eenmaal de baas is en dat alles en iedereen, per definitie, ondergeschikt is aan wat zij wil (of juist niet wil). In deze (therapeutische) gesprekken over de baas, geeft de patiënt vaak te kennen wat assertiever te willen worden; en dan vooral als haar iets niet aanstaat, oftewel het willen uiten van haar onvrede. Ook dit verlangen moet ik doorgaans de kop indrukken; en dan vooral als de patiënte niet, door eigen toedoen, haar baan wil kwijtraken. Ik reik nog wel de mogelijkheid aan om beleefd vragen te stellen (‘chef, zou ik ook een eigen projectvoorstel mogen indienen?’). Meer dan dat zit er niet in.

Als de klantvriendelijkheid van een bedrijf onderwerp van kritiek is, denk ik vaak: ‘ok, maar hoe vriendelijk is de klant zelf?! Op dezelfde manier bekijk ik ook het gemopper over de baas: het is gemakkelijker op haar af te geven dan zelf eens kritisch in de spiegel te kijken.

 


Lees ook:

Bekijk alle columns

Reacties

Er heeft nog niemand gereageerd op deze pagina.

RSS feed van de reacties op deze pagina | RSS-feed voor alle reacties

Plaats uw reactie